Deze maand start het vijftiende seizoen van het tv-programma Campinglife. Na al die jaren is presentator Sander Janson een kei geworden in het inpakken van zijn koffer. Dat is wel eens anders geweest. Maar uit de vijf kampeermissers van deze – inmiddels – expert blijkt: al doende leert men.

Tentstokken

‘Lang geleden, toen ik achttien was, ging ik een vriendin opzoeken in Zuid-Frankrijk. Zij woonde nog bij haar ouders, ik zou op een camping gaan slapen. Ik had een tent van iemand geleend en eenmaal in Frankrijk begon ik mijn spullen enthousiast uit te pakken. Hoe goed ik ook keek, er zaten helemaal geen tentstokken bij! Het bleek ook nog eens een oud, uniek model tent te zijn, dus tentstokken kopen had geen zin. Toen ben ik het bos ingelopen. Met wat takken, mijn zakmes en een bijltje dat ik van iemand kon lenen heb ik een constructie gemaakt waar ik het tentdoek overheen kon hangen. Het voelde alsof ik echt aan het survivallen was. Toen het tentje eenmaal stond, was ik supertrots.’

Pasje

‘Toen ik mijn allereerste auto had gekocht, nam ik mijn toenmalige vriendinnetje mee naar Parijs. Het was onze eerste vakantie samen. 77 kilometer voor Parijs stopte de auto ermee. Ik had ‘m blind gekocht, vond ‘m er wel stoer uitzien. Heel dom natuurlijk. Nog dommer was dat ik achthonderd gulden cash mee had genomen en mijn pasjes thuis had gelaten. We werden weggesleept naar een Frans dorpje. Een paar uur later en vierhonderd gulden lichter konden we onze reis hervatten. Vervolgens reed ik Parijs binnen; viel de uitlaat onder mijn auto vandaan! Na die reparatie had ik nog maar vijftig gulden. Ik moest ontzettend huilen en belde zelfs mijn moeder. Vervolgens checkte ik m’n tas nog eens of er echt niet ergens een verdwaald pasje in zat. En ja hoor, onderin lag een verdwaalde girobetaalkaart. Daarmee kon ik bij het postkantoor driehonderd gulden ophalen. Sindsdien ga ik nooit meer zonder pasjes de deur uit.’

Paspoort

‘Met vrienden ging ik op mijn negentiende op vakantie naar Engeland. Bij de boot in Hoek van Holland vroeg een van die gasten of iedereen zijn paspoort mee had. ‘Doe normaal,’ zei ik. ‘Die heb je toch niet nodig op de boot?’ Wel dus. Ik woonde toen in Vlaardingen, dat was gelukkig niet superver. Ik heb een taxi genomen, de chauffeur kunnen aansporen zijn gaspedaal flink in te trappen en ben mijn huis in gehold om mijn paspoort te pakken. Ik heb het gered, met het zweet in mijn bilnaad. Het was natuurlijk de grap van de vakantie: ‘Die Sander, haha.’’

Ondergoed

‘Voor een kampeervakantie in Spanje – in mijn jongere jaren – had ik mijn tas vol gegooid met mooie schoenen, vette kleren, gave muziek en nog wat gympies; het paste er allemaal mooi in. Bij aankomst bleek ik mijn zwembroek en mijn ondergoed te zijn vergeten. De onderbroek die ik aanhad, waste ik provisorisch in de wasbak en trok ‘m de volgende dag weer aan. Fris is anders. De volgende dag gingen we zwemmen. In de campingwinkel heb ik zo’n tacky zwembroek met de Spaanse vlag erop en een stel onderbroeken gekocht. Sinds de autopech in Parijs draag ik immers altijd al mijn pasjes bij me. Daarmee kun je bijna alles kopen wat je bent vergeten in te pakken!’

Schoenplaatjes

‘Met een clubje vrienden ging ik een paar jaar terug naar Frankrijk om een weekend te mountainbiken. Iedereen had flink getraind, we waren er he-le-maal klaar voor. Op le moment suprême vulden we uitgelaten onze bidons, trokken onze pakkies en schoentjes aan en hielden de energyrepen in de aanslag. We stapten allemaal op de fiets en toen merkte ik dat ik de verkeerde plaatjes onder mijn schoenen had meegenomen. Die hoor je in de pedalen vast te klikken, maar deze pasten dus niet. Ik kon niet mee, heel frustrerend. In een fietswinkel heb ik de juiste plaatjes gekocht, de volgende dag was ik weer van de partij!’

Inpaktips

  • ‘Maak een lijst met de dingen die je wilt meenemen en leg die ‘s nachts op je nachtkastje. De meeste dingen schieten je te binnen vlak voor je gaat slapen, zo kun je ze meteen opschrijven.’
  •  ‘Zorg dat je geld gescheiden verdeeld op je lichaam draagt, neem daarvoor een extra portemonneetje mee.’
  •  ‘Neem altijd een zakmes mee om een appeltje of meloentje mee te schillen dat je op de markt hebt gekocht, of om bijvoorbeeld tentstokken mee te maken.’
  • niet ge‘Maak je vooral niet te druk om het inpakken. Er is altijd wel iets dat je vergeet, dat koop je dan gewoon, mits je pasjes bij je hebt. En kamperen mag best wat primitiever zijn, het gaat er juist om dat het allemaal niet precies zoals thuis is.’