Jarenlang was hij niet van de camping én van de televisie weg te denken: ‘kampeerveteraan’ Sander Janson. Het programma Campinglife, dat hij 15 jaar lang presenteerde, voerde hem iedere zomer langs de bijzonderste plekken in heel Europa. De stop van het programma, in 2016, ging hem dan ook niet in de koude kleren zitten. ‘Het was toch een deel van mijn leven geworden.’

Stilzitten is voor Sander in elk geval niet weggelegd: eind januari vertrekt hij voor RTL Snowmagazine weer voor zes weken naar zo’n 15 verschillende wintersportgebieden. ‘Grappig genoeg ben ik tegelijkertijd best een huismus en vind ik het heerlijk om een zomer lang gewoon thuis in Scheveningen te zijn. Mijn werk is al mijn vakantie.’

Hoe kampeer je het liefst?

‘Kamperen in een tent vind ik toch nog steeds het allerleukste. Of dat nu een kleine koepeltent, een moderne tent met tunnel of een luxe De Waard-tent is, dat maakt me niet uit. Als-ie maar ruim genoeg en van goede kwaliteit is. En, nog belangrijker: als de regen maar zo lekker rustgevend op het doek tikt.’

Welk gevoel vind je fijner: de spanning in aanloop naar een vakantie, of het vertrouwde gevoel van thuiskomen met nieuwe herinneringen?

‘Dan kies ik zonder twijfel voor de voorbereiding van een nieuwe reis en het uitkijken naar het moment van vertrek. Ik vind het zelf heel leuk om mijn bestemming vooraf uit te stippelen met Google Earth. Een beetje virtueel rondwandelen, alvast baaitjes en kustlijnen verkennen… dat vind ik te gek. Daarbij heeft een goede voorbereiding nóg een mooi voordeel: je kunt je vakantie afstemmen op lokale evenementen, feestdagen of marktjes.’

Reis je liever alleen of met familie of vrienden?

‘Delen met anderen, daar draait het voor mij om. Alleen is ook maar zo alleen. Vroeger heb ik het wel eens gedaan, hoor – ik ben toen in mijn eentje naar Thailand gevlogen om daar 3 weken lang het land te ontdekken en vooral veel te fotograferen. De eerste anderhalve week zag ik het land alleen maar door mijn lens. Daarna boekte ik een resort op Koh Phi Phi dat ik in de Lonely Planet had zien staan. Allemaal leuk en aardig, zo’n mooi huisje op palen, een handdoek in de vorm van een zwaan en rozenblaadjes op mijn bed, maar ik was nog steeds alleen! Dat “delen” deed ik vervolgens dan maar op een andere manier. Toen ik op een ochtend tijdens het ontbijt de enige was die 5 dolfijnen zag zwemmen, heb ik staan roepen en wijzen om mijn medetoeristen erop te wijzen. De blijdschap op hun gezicht gaf mij weer voldoening.’

Afgelegen bestemmingen of de gezellige drukte van de meer populaire locaties?

‘Hoe inheemser, hoe beter. Ik kom het liefst op plekken waar men mij, plat gezegd, niet ziet als een lopende zak geld. En vergis je niet: dat kan óók in populaire landen of steden. Neem bijvoorbeeld Salou. Je denkt gelijk aan drukke stranden vol jongeren, maar rijd je 15 minuten het binnenland in, dan red je het niet meer met Engels, hoor. Dan kun je in een TL-verlicht lokaal restaurant met handen en voeten gaan uitleggen dat je die traditionele specialiteit wel eens wilt uitproberen – ook al heb je geen idee uit welke ingrediënten die bestaat. Gewoon doen! Buiten de gebaande paden, daar houd ik van.’

Belangrijkste reisitem in jouw koffer?

‘Simpel: mijn creditcard. Als ik iets vergeten ben, kan ik het namelijk altijd kopen. Ik ben niet zo van het stressen. Je druk maken voorafgaand aan een vakantie, lost niets op. Sterker nog: je maakt het waarschijnlijk alleen maar erger.’

Wat is de mooiste plek waar je ooit geweest bent?

‘Wat een moeilijke vraag. Toscane is en blijft een fantastisch mooi gebied. Groen, temperamentvol, lieve bevolking en geweldig eten… Maar ook de adembenemende Bodensee, nu ik er zo over nadenk, zal me altijd bijblijven. En Kroatië! Och, als je op zoek bent naar de meest romantische plek in Europa, dan moet je naar Rovinj. Daar heb je de schoonste kust van de hele Adriatische Zee – prachtig hoe kristalhelder het water daar is. Overal waar je kijkt zie je mooie afgesleten rotsformaties, de kleuren lijken zachter dan waar dan ook en de zon gaat lachend de zee in. Echt een aanrader.’

En waar zou je zelf nog wel eens heen willen?

‘Naar Spitsbergen, maar dan in het voorjaar. Ik ben daar al eens in de winter geweest, wanneer het 24 uur per dag donker is. Je hele biologische klok raakt ervan ontregeld, gek is dat hè? Nu wil ik het ook eens ervaren terwijl het daar 24 uur per dag licht is.’