Baden in luxe of juist primitief kamperen? Afrika-expert en auteur van de ‘Afrika Safarigids’ Ruud Troost geeft tips voor drie verschillende types safarigangers.

Safaritype: de roedelroadies (gezinnen met kleine kinderen)

De bestemming
‘Echtparen met kinderen tot een jaar of 12 doen er goed aan om een land te bezoeken waar een safari afgewisseld kan worden met andere indrukken. Kleine kinderen worden doorgaans snel blasé als ze te lang in een safarivoertuig zitten. Zuid-Afrika is dé bestemming voor dit type reiziger. De wildreservaten kennen hier landschappelijk vele varianten. Plus: het land is ten opzichte van andere Afrikaanse safarilanden voordelig te bereizen.’

De safari
‘In Zuid-Afrika zijn veel dierenweeshuizen. Hier komen jonge dieren uit de nationale parken terecht die zijn verstoten door hun moeder of waarvan de moeder overleden is. Als ze zelfstandig zijn, wordt getracht ze weer los te laten in het wild. Je ziet hier veel welpjes van de katachtigen, maar ook neushoornkalveren. Kinderen kunnen de dieren op kleine afstand benaderen. In Zuid-Afrika kun je ook nog eens een boottocht over de rivieren maken. Zo kom je vlakbij krokodillen en nijlpaarden. Op safari gaan kan met een gids, maar de laatste jaren zijn er ook veel gezinnen die van tevoren met hulp van een reisorganisatie een route samenstellen en een auto huren. Bij de entree van een nationaal park krijg je do’s en don’ts mee. Ga bijvoorbeeld nooit tussen een stel overstekende olifanten stilstaan.’

De accommodatie
‘Ook de accommodatievormen zijn in Zuid-Afrika heel gevarieerd. Je kunt gebruik maken van traditionele vormen zoals een safaritent, maar met kinderen is slapen in een boomhut toch wel de ultieme belevenis. In Zuid-Afrika zijn de boomhutten groot, stevig en zelfs voorzien van sanitaire voorzieningen.’

Safaritype: de luxepaarden (gesteld op comfort)

De bestemming
‘Luxe en comfort vind je vooral op bestemmingen waar de accommodaties kleinschalig zijn, daar krijg je veel persoonlijke aandacht en zorg van begeleiders en ander personeel. Dit vind je bijvoorbeeld in de Okavango Delta in Botswana. De afstanden van en naar de accommodaties worden vaak afgelegd per sportvliegtuigje of boot.’

De safari
‘Zeer ervaren safarigidsen met een enorme kennis en grote rijvaardigheden staan voor dag en dauw op om met hun gasten in een terreinwagen de omgeving te verkennen. Tijdens de safari zit er voorop het voertuig een tracker die de chauffeur en gids in de richting van verse sporen dirigeert. “At 3 o’clock two rhino’s!” (“Rechts twee neushoorns!”)’

De accommodatie
‘Luxe reizen worden ingevuld met zeer comfortabele logiesvormen zoals lodges en luxe safaritenten. Achterin bevindt zich een badkamer, vaak met douche of ligbad en toilet. De hoogte van de prijs wordt bepaald door de ligging. Als je bijvoorbeeld alleen met een sportvliegtuigje bij je lodge kunt komen, dan moeten het eten en drinken ook ingevlogen worden, wat het geheel duurder maakt. Dit zijn de locaties zoals je ze in films en documentaires ziet. Gemiddeld zijn hier drie personeelsleden op iedere gast, van koks tot gidsen.’

Safaritype: de wilde beesten (into the wild)

De landen
‘Deze categorie reizigers maakt veelal langere reizen van land naar land en brengt meerdere dagen onafgebroken in wildparken door. Landen die erg geschikt zijn voor deze avontuurlijke manier van reizen zijn Namibië, Malawi, Botswana, Zimbabwe, Tanzania en Kenia.’

De safari
‘De echte avonturiers, mensen die vaker op safari zijn geweest, besluiten op eigen houtje door de parken te rijden. Dat stuk avontuur geeft natuurlijk een extra dimensie aan de reis. In de laatste vijftien jaren is het aantal self drives sterk toegenomen. In landen als Namibië, Botswana en Zuid-Afrika kun je met een gps redelijk makkelijk de weg vinden. Over zo’n reis doe je doorgaans drie tot vier weken. Reserveer van tevoren je accommodaties. Geen safari-ervaring? Ook met een groepsreis onder begeleiding beleef je het echte into the wild-gevoel.’

De accommodatie
‘Je kampeert in iglotentjes die je zelf moet opzetten en afbreken (bushcamping). Het toilet is een kuiltje in de grond en de douche een waterzak met douchekop en lauw water. Je reist in groepen van twaalf tot vierentwintig personen en helpt met het bereiden van de maaltijden. Als het begint te schemeren en het stiller in het kamp wordt, hoor je de eerste geluiden van hyena’s, jakhalzen en leeuwen. Er zit geen enkele barrière tussen hen en jou. Maar ze zoeken je niet op. We zien er niet uit als prooien en we ruiken al helemaal niet zo met onze parfums en douchegel. Avontuur begint waar je comfortzone eindigt!’